Op koryo.nl (ook te bereiken via
koreaansefilm.nl)
vindt u besprekingen van Koreaanse films, achtergronden en
gerelateerde informatie. Ook zal er aandacht
worden besteed aan Koreaanse literatuur, geschiedenis en
cultuur. Verder een agenda met activiteiten en links.
Heeft
u een vertaling
of een tolk nodig?
KoreaNed is een gespecialiseerdvertaal- en
adviesbureau met professionele expertise en
veel ervaring.
De
low-budget film Raybanis een van mijn favoriete Koreaanse films, simpelweg
omdat het zo'n in-en-in sympathieke film is. De acteurs,
de regie en natuurlijk het onderwerp, de onovertroffen
Seoulse taxichauffeur. Nu is er weer zo'n film uitgekomen,
even sympathiek en even, zo niet meer, low budget. The
Showdown (Geochilmaru) 거칠마루 van Kim Chin-sŏng
gaat over vechtsporters in Zuid-Korea. Hun wereldje is een
apart wereldje, met eigen wetten en regels. Zoals in het
begin van de fim wordt opgemerkt, heeft het internet heeft
veranderd. Niet langer zwerven leerlingen op zoek naar
meesters van heinde naar verre, tegenwoordig loggen ze in
op een site (www.mulimjizon.com),
chatten en emailen en vinden op die manier meesters,
leerlingen en sparringspartners. The Showdown gaat
over de legendarische meester
Geochilmaru...
(meer)
[nieuws]
Op
koreanfilm.org
staat vermeld dat nadat er een half jaar geleden al vier
films uit de koloniale periode (1910-1945) waren
herontdekt, er in China weer drie films uit deze periode
zijn ontdekt. En dat is heuglijk nieuws voor
filmwetenschappers, want alle Koreaanse films van voor 1945
zijn zonder uitzondering verloren gegaan, al dan niet tijdens de
Koreaanse oorlog of door simpele onachtzaamheid. Dat
leverde de ietwat vreemde situatie op dat experts op het
gebied van de vroege Koreaanse film nooit de kans gehad
hadden om een vroege Koreaanse film te zien. Nu lijkt daar
verandering in te zijn gekomen en het mag wellicht verwacht
worden dat er bij verder onderzoek in China en Japan (waar
naar verluidt een kopie van de beroemdste Koreaanse film
ooit, Arirang, in het bezit van een rijke Japanner,
nu overleden, zou zijn geweest) meer films aan het licht
komen. Maar er is voorlopig geen reden tot ontevredenheid
met deze nieuwe ontdekkingen. De eerste ontdekking is
Mimong (Sweet
Dream: Lullaby of Death) 미몽(죽음의 자장가)
van Yang Chu-nam uit
1936, waarmee het de oudste, nog bestaande Koreaanse film
is. Het is een verhaal over een vrouw die haar gezin
verlaat om met een andere man te gaan samenwonen en schijnt
in dit opzicht een heel vrijgevochten film te zijn. Yang
(1912) leeft overigens nog. De tweede film is uit 1941,
Spring of the Korean Peninsula반도의
봄
van Yi Pyŏng-il.
De 'film in een film' gaat over
een regisseur en een actrice die verliefd op elkaar worden,
maar in de problemen komen als de regisseur in de
gevangenis terecht komt.
De derde film is
Straits of Joseon 조선해협 uit 1943 is van regisseur Pak
Ki-ch'ae en gaat over een echtpaar dat door de oorlog
gescheiden wordt. Van deze drie regisseurs heeft Yang het
vak in koloniaal Korea geleerd, terwijl Yi en Pak naar
Japan zijn gegaan om zich daar in het filmmaken te
bekwamen. Alle drie de films zijn gemaakt in een tijd
waarin het Japanse bewind over de Koreaanse kolonie zeer
repressief en strikt was. De censuur was
zeer streng, waardoor ik zeer benieuwd ben hoe deze
filmmakers daarmee zijn omgegaan. In Korea draaien deze
films op het moment bij de Korea Film Council, maar
een ieder buiten Korea zal
nog geduld moeten hebben totdat er misschien een DVD serie
uitkomt met alle zeven koloniale films. Degenen die een
voorproefje van dit soort films willen kunnen eens naar de
DVD van de overigens incomplete versie van Hurray for
Freedom! 자유 만세 uit 1946 kijken. Er staat een bespreking
van deze film op
koreanfilm.org.
[nieuws]
Ander heuglijk
nieuws (het houdt maar niet op): The King and The Clown,
dat maar records blijft breken in Korea, komt binnenkort in
een zogenaamde international extended version op de
markt. Uitgerekt om niet-Koreaanse kijkers wat meer
historische achtergrond mee te geven.
15
februari 2006
[nieuws]
Er
staan weer een paar films op stapel waar ik zelf erg
enthousiast over ben geworden:
Yu Ha, de regisseur van
Marriage Is A Crazy Thing en
Spirits of Jeet Kune Do is bezig aan een nieuwe
film, in het Engels The Mean Street 비열한 거리 geheten.
Het is een verhaal over een aan lager wal geraakte ganger
(Jo In-seong uit Classic), Nam Kung-min, Lee
Bo-yeong (My Brother), Jin Gu (Bittersweet Life,
Romantic Assassin) en Cheon Ho-seong (Blood Rain,
Big Swindle). Ik weet niet of de titel een verwijzing
is naar Martin Scorcese's The Mean Streets, maar in
het Koreaans zijn beide titels in ieder geval hetzelfde.
Het is hoe dan ook om naar uit te kijken als deze
dichter-regisseur aan het roer staat.
[nieuws]
Er
zijn meer topregisseurs bezig met nieuwe films en 2006
belooft in tegenstelling tot 2005 een mooi filmjaar te
worden. E J-yong (Untold
Scandal, Asako In Ruby Shoes) is bezig om een
stripboek dat veel stof heeft doen opwaaien op het witte
doek te krijgen. Kim Ok-bin (Voice), Lee Kyeon
en Park Jin-woo spelen de hoofdrollen in deze film over een
school waar iedereen aan sadomasochisme (?) doet en die
onder de curieuze titel
Dasepo Naughty Girls
다세포 소녀
gelanceerd zal worden.
De strip ziet er eerlijk gezegd niet heel veelbelovend uit,
maar het is natuurlijk maar afwachten wat E J-yong er van
weet te maken.
[nieuws]
Hwang
Chŏngmin (Road Movie, Bittersweet Life, A Good
Lawyer's Wife) speelt de hoofdrol in een nieuwe, naar
verluidt grimmige en realistische thriller over de
drugshandel in Pusan, Bloody Tie 사생결단. Wat is
dat toch met die vreemde Engelse titels de laatste tijd?
Nog meer goed nieuws: Ryu Seung-beom (Crying
Fist)is zijn tegenspeler. Regisseur Choi Ho
heeft nog geen echte successen op zijn naam staan, maar men
zegt dat hij heel wat in zijn mars heeft. Hij heeft in
ieder geval twee van Korea's beste en populairste acteurs
weten te strikken. De film is af, dus het nog even geduld
oefenen tot hij uitkomt en dan op DVD verschijnt...
[nieuws]
Er
staan heel wat mooie projecten op stapel, dus misschien is
het tijd om voor twee aanstonds uit te komen Koreaanse
films te waarschuwen. De eerste: D-Wars van ex-komiek
Shim Hyung-rae (de man
die ons Yonggary bracht) over een Koreaans mythisch
monster (Imoogi genaamd) die op het punt staat L.A. te
verslinden. Na het monumentale mislukken van zijn vorige
monsterfilm is Shim de moed echter niet in de schoenen
gezonken. Zijn ziel en zaligheid (en niet te vergeten al
zijn geld en dat van zijn vrienden, zo'n slordige 150
miljoen euro) zit in deze kruising van Godzilla,
Independence Day en The Poseidon Adventure met
al die Amerikaanse B-acteurs waar je nooit van had gehoord
en wat eigenlijk ook wel goed was zo. Moedig is het wel,
maar ik heb hem Yonggary nog niet vergeven. De
andere waarschuwing geldt het nieuwe project van
superproducer en -regisseur Kang Woo-seok (Public Enemy
1&2, Silmido, Two Cops). De man die ons de Koreaanse
blockbuster heeft gebracht keert terug met een film over
Noord en Zuid-Korea. Gezien het gebrek aan nuancering dat
zijn films kenmerkt zal ook deze poging zich niet
onderscheiden door een gebalanceerde kijk op de
noord/zuidproblematiek, Geen JSA dus,
maar dat wordt zonder twijfel goedgemaakt door gelikte
aktie en tergende spanning. An Sŏng-gi
(Musa)speelt in ieder geval een hoofdrol, dus misschien moet
ik deze waarschuwing toch maar intrekken. O ja, de film
heet Hanbando (Schiereiland) 한반도.
14
februari 2006
[nieuws]
The King And The Clownis over de tien miljoen bezoekers
heen in Zuid-Korea, wat betekent dat een op de vier
Koreanen dit historisch drama heeft gezien. De enige andere
films die dit ook gelukt is in Korea (inclusief
Hollywoodproducten) waren
Taegukgi en
Silmido.
12
februari 2006
[bespreking]
Geadverteerd
als de Koreaanse Blade Runner maakte Natural City
nogal wat verwachtingen los. Het hoge budget en de acteurs
leken deze verwachtingen in te zullen gaan lossen. Dure
blockbusters beloven echter meestal niet veel goeds in
Korea en gezien het feit dat bij deze film de regisseur van
het bizarre onderzeebootspektakel
Phantom the Submarineaan het roer stond, waren
mijn verwachtingen wat minder hooggespannen. Terecht,
blijkt het nu, want Natural City is een zeldzaam
slechte film. Nu is het zo dat ik normaliter een warm
plekje in mijn hart reserveer voor de slechte film of de
B-film, maar Natural City is daar toch echt niet
welkom...
(meer)
12
februari 2006
[bespreking]
Ryu
Seung-wan staat nog steeds bekend als de grote belofte van
de Koreaanse cinema, al brengt hij iedereen steevast aan
het twijfelen door zijn gevarieerde keuze qua genre. Na de
gangsterfilm No Blood, No Tears en de muhyŏp
of ‘Eastern’
Arahan, is Ryu’s vierde film een sportfilm
geworden. Crying Fist, met in de hoofdrollen zijn
jongere broer Ryu Seung-beom en Choi Minshik, is een film
over boksers, de één een jonge delinquent die in de
gevangenis is beland, de ander een aan lager wal geraakt
medaillewinnaar van de Asian games. Boksfilms met twee
hoofdpersonen zijn een zeldzaamheid, zeker als de twee om
verschillende redenen evenveel sympathie van de kijker
verdienen. Met een goed oog voor de onderbuik van de
Koreaanse samenleving tekent Ryu twee portretten van mensen
die financieel, emotioneel en sociaal aan het einde zijn.
Narratief en cinematografisch..
(meer).
12
februari 2006
[nieuws]
In
een land waar goede regisseurs voor het oprapen liggen en
zelfs uitstekende regisseurs minder dan zeldzaam zijn is
Bong Joon-ho (Pong jun-ho) toch nog van een zeldzame
klasse. Dus het is goed nieuws dat hij bezig is met een
nieuw project. Het moet wel gezegd worden dat het scenario
zo uit een B-film komt. De film, Koemul of in het
Engels The Host geheten gaat namelijk over een
monster dat uit de Han rivier die door Seoul loopt, komt
gekropen... Maar na
Barking Dogs Don't Biteen
Memories of Murdergeloof ik alles van deze
regisseur, zeker als de cast uit de volgende mensen
bestaat:
Song Kang-ho (JSA,
The Foul King, The President's Barber,
Antarctic Journal), Byeon Hee-bong (Crying Fist,
Memories of Murder),
Bae Doo-na (Ring Virus, Take Care Of My Cat,
Tube) en (Jealousy Is My Middle Name, My Mother
The Mermaid,
Memories of Murder).
Juli 2006 zou het zo ver moeten zijn...
4
februari 2006
[bespreking]
Big budget films in Korea hebben de neiging
om verschrikkelijk te mislukken.
Typhoon
en Blue Swallow, twee extreem dure films, draaien op
dit moment in de Koreaanse bioscopen zonder dat er veel
hoop is dat de gemaakte investeringen terugverdiend zullen
worden, laat staan dat er winst zal worden gemaakt. Dit
terwijl een relatief goedkoop gemaakte films als The
King And The Clown met sterren van het B-garnituur op
het punt staat om het bezoekersrecord van Taegugki
(overigens wel een commercieel geslaagde blockbuster) te
breken. Menig investeerder heeft zijn of haar spaargeld al
zien verdwijnen in de mooie dromen van een gegarandeerde
publiekshit. Het probleem in alle gevallen is het scenario.
Ironischerwijs zijn de producenten van blockbusters in
Korea ervan overtuigd dat een doortimmerd scenario de
populariteit van de film alleen maar zal schaden, terwijl
Korea's meest succesvolle films drijven op originele en
goede scenario's.
Antarctic
Journal is een film waarover geruchten al jarenlang
circuleerden in de Koreaanse filmwereld. De film is in
samenwerking met een Nieuw-Zeelands productiebedrijf
gemaakt en daar ook opgenomen. Sterren van het eerste
garnituur bezetten de twee belangrijkste rollen: Song
Kang-ho (JSA,
Sympathy for Mister Vengeance,
The Foul King) als de leider van de expeditie
die naar een bijna onmogelijk te bereiken punt op de
zuidpool uitzet en Yu Ji-tae (Old
Boy) als de enthousiaste benjamin van de groep. Tot
zover niets aan de hand...
(meer)
31
januari 2006
[nieuws]
Regisseur
Lee Chang-Dong
(Oasis,
Green Fish) maakt deel uit van de
Tiger Awards jury op het IFFR.
Ik heb zondagavond een interview voor hem getolkt, waarin
hij zijn kijk op het succes van de Koreaanse film gaf. Voor
Lee, die
ook twee jaar
minister van Cultuur is geweest, is diversiteit het
krachtigste wapen van de Koreaanse film. Er is met andere
woorden niet echt een “Koreaanse film”, er zijn er
meerdere. Sommige goed, sommige slecht, maar over het
algemeen vitaal, bruisend van initiatief en vernieuwend. De
recente reductie van het zg.
screen quota system(waaronder bioscopen 146 dagen per jaar
verplicht Koreaanse films moeten laten zien) onder druk van
de VS viel slecht bij hem. Dit systeem waarborgde de
levensvatbaarheid van kleine en onbekende films gedraaid op
minieme budgetten. Van de vooral vanuit de VS gehoorde
klacht dat dit systeem garant staat voor luie regisseurs
wilde hij niets horen. De bloei en de kracht van de
Koreaanse filmindustrie van de afgelopen tien jaar zijn
voor het belangrijkste deel terug te voeren op de steun van
het Koreaanse publiek en het screen quota system, een van
de weinige wapens tegen de Hollywood film. In Zuid-Korea
worden de blockbusters-producties nog altijd gedraaid op
een budget van een zeer bescheiden Hollywood film.
[bespreking]
B-films
hebben toch zo hun charme. Ik heb net Killing Game
gezien, een film uit 1996 over een
gangster-tegen-wil-en-dank die wordt gedwongen door een
slechte gangsterbaas (itt de goede gangsterbaas
die ook een rol speelt en elleding aan zijn eind komt)
om in een kooi te vechten om zijn eer en zijn vriendin te
redden. De acteurs zijn werkelijk vreselijk slecht
(de verveelde rijke vrouw spant de kroon),
de dialogen surrealistisch, maar de vechtscènes zijn
behoorlijk goed. En dit soort films, voorspelbaar als ze
zijn, bieden toch een raar soort plezier. Het zijn niet de
plotwendingen die doen boeien, maar de manier waarop de
regisseur de platitudes uit het genre in zijn verhaal
verwerkt. Zonder deze platitudes geen gangsterfilm, maar
een te platte uitwerking betekent dat de film stof zal
vergaren op de schappen van de (overigens rap uit Seoul
verdwijnende) videotheek. Het is waarschijnlijk de
aanwezigheid van zoveel impliciet begrepen conventies (door
een Koreaans publiek althans) en de voorspelbaarheid van
dit soort films dat ze toch meer over de Koreaanse
samenleving lijken te zeggen (meer, althans, dat voor
grotere groepen opgaat) dan veel kwaliteitsfilms.De
Rijke Verveelde Vrouw, bij voorbeeld, is niet alleen
exemplarisch voor ongetalenteerde
actrices die
slechts op hun uiterlijk en hun figuur gedurende een paar
jaar in de marges van de filmindustrie een precair bestaan
weten te leiden...
(meer)
[nieuws]
De
Koreaanse films op het IFFR
dit jaar konden mij weinig bekoren. Hong Sang-su zag weer
eens genoodzaakt een navelstaarproduct, zijn zesde
al weer, af te leveren en de echt
interessant films schitterden door afwezigheid. Ik blijf
het toch vreemd vinden dat de filmhuisfilm op een warme
ontvangst mag rekenen in Nederland, terwijl andere
Koreaanse films die niet aan de maatstaven van dit zonder
meer Europese idee voldoen, er vaak bekaaid afkomen. Old
Boy en
Memories of Murder zijn twee van de gelukkige
uitzonderingen. Het is een intrigerend fenomeen, de
Koreaanse filmhuisfilm (Kim Ki-duk, Hong Sang-su e.d.).
Niet zozeer omdat de films zo interessant zijn, maar omdat
dit een typische uiting van auto-oriëntalisme is: films
gemaakt door Koreaanse regisseurs maar met een oog (of
zelfs twee ogen) op de westerse filmhuismarkt. De
filmhuisfilm is geen typisch Koreaanse categorie; in een
industrie die zich vaak kenmerkt door genre-bending
(en zeker in de meer geslaagde
producten) is het dan ook ironisch om te moeten constateren
dat het meest conservatieve en onveranderlijke genre
in Korea het filmhuisgenre is.
[nieuws]
Goed
nieuws voor liefhebbers van Koreaanse literatuur. In het
najaar komt bij uitgeverij
De Geus een vertaling uit van Pak Wan-so’s
indrukwekkende roman Ŏmma-ŭi malttuk, over de
relatie van een moeder en een dochter tegen de achtergrond
van de Japanse kolonisatie, de bloedbaden van de Koreaanse
oorlog en de rappe economische groei in de jaren zeventig
en tachtig. Over een definitieve Nederlandstalige titel
moet nog beslist worden (de oorspronkelijke titel betekent
zoiets als ‘Moeders staak’), maar de roman wordt uitgegeven
en de vertaling (van de hand van Imke van Gardingen) is
reeds af.
31
december 2005
[nieuws]
Eind januari (27 januari tot en met 5 februari om precies
te zijn) vindt er in Noorwegen een Koreaanse filmfestival
plaats met onder andere Old Boy,Sympathy for Lady Vengeance, Spider Forest en
Untold
Scandal. Het festival wordt georganiseerd door het
Noorse Film Instituut en MK International. Een voorbeeld om
na te volgen?
[nieuws]
The Bow van Kim Ki-duk is in Nederlandse filmhuizen
in première
gegaan. Recensies in het NRC en de Volkskrant waren
vernietigend en niet onterecht. The Bow is een compleet
voorspelbare Kim Ki-duk film met veel veelbetekende blikken
en symboliek om planken van te zagen.
[nieuws]
Volgens
de website van het
Slamdance
festival om Utah vindt daar eind januari de
première
plaats van een Amerikaanse documentaire over een Japanse
vrouw die toen ze nog op de middelbare school zat naar
Noord-Korea werd ontvoerd. Jane Campion (van The Piano)
was de uitvoerende producente van deze documentaire die
veel verwachting wekt. De documentaire heet overigens heel
toepasselijk Abduction.
[nieuws]
Enige
net uitgekomen of aanstonds uit te komen films in Korea die
doen watertanden:
Daisy데이지 van Hong Kong regisseur
Andrew Lau Wai Keung (Infernal Affairs). Deze film
is geheel opgenomen in Amsterdam (!) en heeft sterren weten
te strikken als Jeon Ji-hyun (My
Sassy Girl), de onovertroffen
Jung Woo-sung (Musa,
Beat),
Simon Yam (Moving Targets), Lee Sung-jae (Attack
The Gas Station, Public Enemy,
Ice Rain) en Cheon
Ho-jin (Double
Agent, The
Big Swindle).
Het belooft een donkere
thriller te worden over onmogelijke liefdes, moordenaars,
politierechercheurs en Amsterdam op de achtergrond. De
première
is op 29 januari.
Blue Swallow 청연
door de regisseur van Sorum, Yoong Jong-chan.
Een verhaal over Korea's eerste burgerpilote Pak Kyŏng-wŏn
gespeeld door Chang Chin-yŏng (The
Foul King, Singles).De film speelt zich af tijdens
de periode dat Korea een kolonie van Japan was (net zoals
YMCA bijvoorbeeld), wat veel belooft met betrekking tot de
art production.
Art Of Fighting 싸움의 기술. Een debuutfilm van Shin
Han-sol met cultacteur Paek Yun-shik (Save
The Green Planet, The Big Swindle) in de hoofdrol als een
vechtkunstmeester die a la mr. Miyagi (helaas net
overleden) een jonge leerling die telkens in elkaar
geslagen wordt, probeert te onderwijzen. De film
zou op 5 januari uit moeten komen. Er komen op het moment
overigens meer films als dit uit, denk aan het low-budget
product The Showdown 거칠마루
over zeven verschillende krijgskunstexperts die een gevecht
met de mysterieuze Koch'ilmaru.
Een film waar ik zelf erg naar uitkijk is het nieuwe
product van de regisseur (Lee Jun-ik) van Once
Upon A Time In A Battlefield dat ondanks zijn
verschrikkelijke Engelse titels een prachtige film was.
Deze nieuwe film heet The King And The Clown 왕의 남자en gaat over een historische tiran uit de Chosŏn-dynasty
en een troep entertainers die een satirisch stuk over de
koning hebben gemaakt. Kam U-sŏng (Marriage
Is A Crazy Thing) , Chŏng Chin-yŏng (Once
Upon A Time In A Battlefield),
Kang Sŏngyŏn en Yi Chun-gi spelen de hoofdrollen in deze
film die al zeer goede kritieken heeft vergaard.