Home
Filmbesprekingen
Boekbesprekingen
Agenda
Links

 

 

 

Vechtende Broers
Die Bad, No Blood No Tears en Arahan van Ryu Seung-wan

 

De broertjes Ryu Seung-wan (Yu Sŭng-wan) and Ryu Seung-beom (Yu Sŭng-bŏm) zijn sinds 2000 toen Ryu Seung-wan debuteerde met Die Bad de grote beloftes van de Koreaanse film. Seung-wan regisseert, schrijft scenario's en acteert af en toe en de zeven jaar jongere Seung-beom acteert en is nu een van de meest populaire jongere acteurs.

Die Bad is gemaakt tussen de bedrijven door: Ryu Seung-wan werkte indertijd in de filmwereld en nam allerlei klusjes aan om hogerop te komen. Hij heeft onder meer aan films van Pak Ch'an-uk (JSA, Sympathy for Mr. Vengeance, Old Boy ) en Chang Sŏn-u (A Petal, Lies) meegewerkt. De film heeft ongelooflijkerwijs minder dan 70 miljoen won gekost (ongeveer 60.000 euro) en is opgebouwd uit vier oorspronkelijk aparte verhalen. De lage productiekosten zijn af te zien aan de beeldkwaliteit die niet altijd even goed is, maar deze valt in het niet bij de rauwe kracht van de film. De vier verhalen hebben een gemeenschappelijke noemer, de dunne lijn die de mens van misdaad scheidt, en lopen in elkaar over. Het eerste verhaal Rumble laat op realistische wijze zien hoe de jonge scholier Sŏng-bin per ongeluk een andere scholier doodt tijdens een gevecht in een biljarthal. Het tweede verhaal Nightmare laat dezelfde Sŏng-bin zien als hij zeven jaar later uit de gevangenis komt en min of meer per ongeluk weer in de onderwereld terecht komt. Het derde verhaal is Modern Man waarin de regisseur een rechercheur speelt en in een lang gesprek afgesloten met een onafgebroken gevecht met Sŏng-bin terecht komt. Ondertussen komt de jongere broer van de rechercheur (gespeeld door zijn echte jongere broer Ryu Seung-beom) bij de bende van Sŏng-bin terecht en gaat daar een donker lot tegemoet in het vierde verhaal Die Bad.

De debuutfilm van Ryu Seung-wan is een huzarenstukje van geweld, noodlot en kansloosheid. Anders dan zulke niet bijzonder serieuze gewelddadige films als Pulp Fiction of Lock, Stock And Two Smoking Barrels is het geweld in Die Bad geen moment  vermakelijk of grappig. Het is hard en onontkoombaar en laat zien uit welke straten van Seoul de regisseur en zijn broer zelf afkomstig zijn. De ongepolijstheid van de film (ingegeven door geldgebrek) draagt juist bij aan de door de kijker ervaren rauwheid. Er is misschien van alles op aan te merken, maar wat zich niet laat ontkennen is het talent van Ryu Seung-wan om de schrikbarendheid van de realiteit onontkoombaar neer te zetten. Critici en publiek waren het met elkaar eens over Die Bad: met Ryu Seung-wan en Ryu Seung-beom zijn toekomstige iconen van de Koreaanse film opgestaan.

De tweede film van de broers (Seung-wan de regie en Seung-beom een belangrijke rol) loste hun belofte niet helemaal in. Alhoewel No Blood No Tears een geslaagde en zelfs vernieuwende actiefilm was, miste het de bittere rauwheid van hun debuut. No Blood No Tears is een film over een door de wol geverfde taxi-chauffeuse met een verleden in de onderwereld (jaren tachtig grootheid Yi Hye-yŏng) die tegen wil en dank achter een grote som geld aan gaat met de hulp van een gangstersnolletje dat verrassend wordt gespeeld door Chŏn To-yŏn (Untold Scandal, I Wish I Had A Wife, Happy End).

No Blood No Tears laat zich qua thema vergelijken met Thelma And Louise: twee vrouwen hebben er schoon genoeg van altijd aan het kortste eind te trekken en besluiten er samen wat aan te doen. Het resultaat is een spannende film met prachtige cinematografie. Het ene na het andere verknipte karakter loopt rond en al zijn de plotwendigen af en toe een beetje overdreven, No Blood No Tears blijft tot het laatst toe boeien. Niet in het minst door de twee stoere vrouwlijke hoofdrollen, de rol van Chŏng Ch'an (Road Movie) als het gewelddadige vriendje van Chŏn en het indrukwekkende debuut van Chŏng Tu-hong als de zwijgzame lijfwacht. Chŏng is van origine een gevechtskunstenaar die aan verschillende films als gevechtsregisseur heeft gewerkt en hij is zowel qua bewegen als uitstraling een openbaring. Al met al is No Blood No Tears een geslaagde film, zeker door de altijd aanwezige ironie die veel verteerbaar maakt.

No Blood No Tears was geen mislukking in de bioscopen, maar ook niet het kassucces dat velen verwacht hadden. De derde film van het duo (weer met Seung-wan als regisseur en met Seung-beom in de mannelijke hoofdrol) was dat wel. Arahan is een een prachtig visueel spektakel over zeven mystieke onsterfelijken in het hedendaagse Seoul die de wereld tegen het kwaad beschermen. De jonge, onbeholpen maar goedbedoelende agent Sang-hwan die per toeval in contact komt met deze onsterfelijken en het ook wil worden. Net op dat moment breekt er een groter kwaad (gespeeld door de onovertroffen Chŏng Tu-hong)  los dan de mensheid ooit heeft gezien en moeten alle hens aan dek.

Arahan is een bijzonder vermakelijke film met glansrollen van Ryu Seung-beom en Yun So-i. Een oudgediende als An Sŏng-gi speelt hier ook een van de leukste rollen die hij in jaren heeft gespeeld. Gebaseerd op een strip en een oude tv-serie, is Arahan een feest van spektakel, prachtig gechoreografeerde vechtpartijen, door de lucht vliegende krijgers en heel veel al dan niet subtiele humor. Ryu Seung-wan laat hier niet alleen zien dat hij verduveld goed kan regisseren, maar ook dat hij zijn filmgeschiedenis goed kent. De film zit boordevol verwijzingen naar bekende en minder bekende films (waaronder Bruce Lee's films natuurlijk), naar de "regels' van het genre en naar vergeten acteurs uit de jaren zeventig (net zoals in No Blood No Tears). Dit is geen film zoals Die Bad, maar wel een film die de belofte inlost. Alleen al het plezier waarmee de film overduidelijk is gemaakt, maakt het de moeite van het kijken waard. Het is wachten op de volgende film van dit getalenteerde tweetal.

 

Rocky eindelijk verslagen…

 

Ryu Seung-wan staat nog steeds bekend als de grote belofte van de Koreaanse cinema, al brengt hij iedereen steevast aan het twijfelen door zijn gevarieerde keuze qua genre. Na de gangsterfilm No Blood, No Tears en de muhyŏp of ‘EasternArahan, is Ryu’s vierde film een sportfilm geworden. Crying Fist, met in de hoofdrollen zijn jongere broer Ryu Seung-beom en Choi Minshik, is een film over boksers, de één een jonge delinquent die in de gevangenis is beland, de ander een aan lager wal geraakt medaillewinnaar van de Asian games. Boksfilms met twee hoofdpersonen zijn een zeldzaamheid, zeker als de twee om verschillende redenen evenveel sympathie van de kijker verdienen. Met een goed oog voor de onderbuik van de Koreaanse samenleving tekent Ryu twee portretten van mensen die financieel, emotioneel en sociaal aan het einde zijn. Narratief en cinematografisch is Crying Fist een plezier, maar de echte kracht schuilt in de manier waarop scenario en regie de vernederingen van het dagelijks leven zichtbaar maken en waarop de schijnbaar ongelimiteerde acteerkunsten van Ryu Seung-beom en Choi Min-shik deze voelbaar maken. Door een onmogelijke situatie te creeeren, namelijk een finale bokspartij met twee sympathieke underdogs, zet Ryu het genre meesterlijk op zijn kop. Crying Fist is zowel een commentaar op het hele genre als een zelfstandig te beschouwen krachtige film. De enige andere keer dat een regisseur/scenarist het lef had om een verwachte boksplot om te draaien en daarmee weg te komen was Rocky I. Crying Fist doet het net iets beter, net iets realistischer, net iets indrukwekkender. De broertjes Ryu staan pas aan het begin van hun carrières; er staat de filmkijker nog heel wat prachtigs te wachten.

 

titel
productiejaar
productie
productiemij.
première
duur
schrijver

script

regie
executive producer
fotografie
belichting
muziek
art direction
montage
geluid
cast
prijzen