Home
Filmbesprekingen
Boekbesprekingen
Agenda
Links

 

 

 

Boilers, honden en conciërges
Barking dogs never bite van Pong Jun-ho

 

Barking dogs never bite is de ietwat enigmatische vertaling van de titel van P’ŭllandasŭ-ui kae, letterlijk “de Vlaamse hond”. Erg storend is deze misser niet, want ook de Koreaanse titel heeft bijzonder weinig van doen met de inhoud van deze eersteling van Pong Jun-ho (Bong Joon-ho). Laat ik maar met de deur in huis vallen en zeggen dat er met Pong Jun-ho weer een regisseur van formaat is opgestaan en dat in een land waar op het moment zeer veel goede regisseurs aan het werk zijn. Pong lijkt echter van een ander niveau te zijn dan veel van zijn collega’s en in Barking dogs never bite geeft hij een proefje van zijn kunnen.

Korea is nog steeds een relatief onbekende grootheid in Europa, maar sinds de kruistocht van Brigitte Bardot weet iedereen dat men daar hond eet. En ik moet me sterk vergissen als de meeste kijkers na het kijken van deze film daar niet bijzonder rouwig om zullen zijn. Zonder dit overigens onschuldige culturele verschijnsel zou het angstaan-jagende verhaal van “Boiler Kim” nooit tot ons zijn gekomen en hoezeer ik ook op de trouwe viervoeter in het algemeen ben gesteld, het is een prachtig verhaal dat ik niet graag had willen missen.

Barking dogs never bite is niet makkelijk te kenschetsen als een komedie, een satire of een zogeheten drama. Het heeft elementen van alle drie en meer. Het verhaal draait in het kort om een onderbetaalde universitair docent die aast op een vaste aanstelling, maar daarin wordt gedwarsboomd door zekere scrupules die hem niet toestaan om zijn hoogleraar om te kopen en de meer praktische hindernis van geldgebrek. De zwangerschap van zijn meer dan assertieve vrouw drukt op zwaar op hem, evenals het hondje ergens in het flatcomplex dat maar niet wil ophouden met blaffen. Op een nacht wordt het hem te veel en legt hij het overenthousiaste keffertje het zwijgen op, op een manier trouwens die door zijn effectiviteit verraadt dat het hier niet om aandachttrekkerij gaat zoals in de vergelijkbare scène in As good as it gets. Enter Pae Tu-na (Bae Doo-na), één van de meest veelbelovende actrices van de laatste jaren, als een overijverige en op het ergelijke af conscïentieuze klerk op het concïergekantoor.

Barking dogs never  bite onderscheidt zich op verschillende manieren. Het verhaal is nooit voorspelbaar en wisselt spannende momenten af met hilarische stukjes, als ook met voor een ieder zeer herkenbare genante voorvallen. De mentale strijd van de hoofdpersoon is ook herkenbaar en wel zodanig, dat de kijker niet weet of Yi Sŏng-jae (Lee Sung-jae) wel zijn empathie verdient. Pong houdt de kijkers constant in het onzekere aangaande de “goedheid” dan wel “slechtheid” van Yi’s hoofdpersonage. Aan Yi’s academische kwellingen wordt een andere dimensie toegevoegd als hij tegen wil en dank met de noest werkende Pae Tu-na een zoektocht naar het vermiste hondje op touw komt te zetten. De samenwerking tussen de door schuld verteerde en van angst voor ontdekking bezeten Yi Sŏng-jae en de hem bewonderende en onwaarschijnlijk doortastende Pae Tu-na kent hilarische momenten, maar overtuigt voornamelijk door de onhandigheid van hun contact.

Het verhaal wordt gelardeerd met maatschappijkritiek. De wijdverbreide corruptie in onder andere academische kringen wordt aan de kaak gesteld, alsmede de invloed die dit heeft op een ambitieuze jongeman die eerlijk probeert te leven. Deze maatschappijkritiek wordt afgewisseld met achtervolgingsscène’s waarin iedereen geel lijkt te dragen, spannende kampvuurverhalen over hondenverslindende conciërges en tenenkrommende momenten van huiselijk geluk voor de aanstaande vader.

 Hoogtepunten van Barking dogs never  bite zijn zonder meer de vrouwenrollen die afstand nemen van de vaak stereotypische uitwerking van het Koreaanse vrouwbeeld. De zwangere vrouw van Yi Sŏng-jae is bijvoorbeeld niet aardig, ze is niet hulpeloos en ze is assertief, maar tegelijkertijd weet ze ook veel beter dan haar man hoe de dingen in elkaar zitten. Ondanks haar bitsheid is het makkelijker om met haar empathie te voelen dan met haar man, wiens vastbeslotenheid beperkt lijkt te zijn tot het opruimen van hondjes die niet groter zijn dan een gemiddeld damestasje. Pae Tu-na is ook overtuigend in haar aandoenlijke rol van klerk die haar werk serieus neemt, ten gevolge waarvan ze zich zeer onpopulair maakt bij haar collega’s en chef. Onverstoorbaar doet ze echter waarvan zij denkt dat het gedaan zou moeten worden. Barking dogs never bite was Pae’s eerste grote rol en ze manifesteerde zich meteen als een groot talent. Ze straalt een absoluut aandoenlijke mengeling van hulpeloosheid, vastberadenheid en doortastendheid uit die zich moeilijk laat negeren. Pae heeft ook het “geluk” –sommigen denken er anders over– gehad om zonder make-up te mogen acteren van de regisseur, maar wat ze inboet aan popperige aantrekkelijkheid, wint ze meerdere malen terug in authenticiteit.

Een ander hoogtepunt is het verhaal van “Boiler Kim” dat als een rode draad door de film loopt en menig speler de stuipen op het lijf jaagt. De boilerruimtes onder flats krijgen dankzij dit verhaal een lugubure atmosfeer. Stoomspuitende buizen en lawaaierige ketelruimtes zullen nooit meer hetzelfde zijn en geen hond zal zich er nog veilig voelen. Een laatste eervolle vermelding dient te gaan naar de prachtig gespeelde rol van de conciërge die zich ongetwijfeld Brigitte Bardot’s haat op de hals zou halen door zijn onbedwingbare behoefte naar hondensoep (die trouwens tegenwoordig ook bekend is komen te staan als “Bardot-soep” in Korea).

Barking dogs never bite zit vol met overgetelijke karakters en scènes. Bong’s grootste verdienste is wellicht dat hij erin geslaagd is om volledig menselijke personages neer te zetten, die niet zijn ontdaan van hun bijzonderheden, absurditeiten en vervelende trekjes. De uitwerking is zowel op het niveau van de verhaallijn en de sfeer van film als op het niveau van kleine voorvalletjes, slechts eenmaal optredende personages en incidentele dialogen bijzonder goed gedaan. De hoofdrolspelers zijn geloofwaardig, zonder dat hun absurde situatie wordt “genormaliseerd”. Het debuut van Pong Jun-ho belooft veel voor de toekomst. Dit is een film waar ook een ervaren regisseur zich niet voor hoeft te schamen. Een laatste waarschuwing voor mensen die recentelijk hun hond zijn kwijtgeraakt: ga deze film niet kijken.

 

 

 

 

 

titel Barking Dogs Never Bite (P’ŭllandasŭ-ui kae)
productiejaar 2000
productie Ch'a Sŭng-jae
productiemij. Uno Film co.
première 02-19 2000
duur 108 min.
schrijver  

script

Pong Chun-ho, Son Tae-ung, Song Ji-ho
regie Pong Chun-ho
executive producer  
fotografie Cho Yong-gyu
belichting Pak Jong-hwan
muziek Cho Sŏng-u
art direction Yi Hang (KBS Art Vision)
montage Yi Ŭn-su
geluid O Wŏn-chl, Ch'oe Tae-yŏng (Live Tone) 
cast Yi Sŏng-jae, Pae Tu-na, Pyŏn Hŭi-bong, Kim Ho-jŏng, Ko Su-hŭi, Kim Roi-ha, Kim Chin-gu, Im Sang-su, Sŏng Jŏng-sŏn
prijzen Beste Nieuwe Actrice 21ste Chngnyong Film Festival (Pae Tu-na)