|
Home
Filmbesprekingen
Boekbesprekingen
Agenda
Links
|
Kantoorslaven en Worstelmaniakken
The
Foul King van Kim Jiwoon
The Foul King,
de koning van het valsspelen, is de tweede grote film van regisseur Kim Ji-un
(Kim Jiwoon).
Zijn eerste was de verrassende komische hit The Quiet Family over een
dysfunctionele familie met moorddadige neigingen die een hotelletje opzet.
The Foul King
heeft een al te bekende structuur, namelijk die van de underdog die een
onvermoed talent vindt en zo zijn zelfvertrouwen herwint, zich wreekt op
zijn plaaggeesten en er vandoor gaat met de door iedereen begeerde vrouw.
Dit alles natuurlijk pas nadat de hoofdpersoon de nodige moeilijkheden,
tegenslagen en trainingsessies met koeienkarkassen in slachthuizen à la
Rocky Bilbao heeft doorstaan. In The Foul King zoekt bankbediende Tae-ho,
een prachtig aandoenlijke rol van acteerkanon Song Kang-ho,
die wordt gekweld
door zijn baas die
hem te pas en te onpas in een onbreekbare kopklem neemt, een uitweg uit zijn
schlemielige leven en tevens de sleutel naar het hart van zijn mooie
vrouwelijke collega.
Maar
zoals iedere doorgewinterde B-filmkijker weet, zo makkelijk gaat dat niet.
Tae-ho
gaat dan ook op zoek naar een meester die hem de weg kan wijzen en hem kan
begeleiden op het pad naar de verlossing. Uiteindelijk belandt hij bij een
knorrige worstelkampioen uit een grijs verleden, bij wie hij zich aanbiedt
als leerling. Deze oude worstelaar, nu de uitbater-eigenaar van een
worstelschool gevestigd in een oude legerbarak en gefrequenteerd door een
stel even oude worstelaars, is niet de eerste de beste, iets waar Tae-ho
al snel achter komt. De meester echter is niet bijzonder onder de indruk van
Tae-ho’s
miezerige postuur en zijn neiging om op het verkeerde moment de verkeerde
dingen te doen, maar, zoals het een ware kungfu film betaamt, laat Tae-ho
op de tenenkrommende schlemielige manier waarop hij patent heeft,
aan de meester zien
dat hij wel degelijk uit het goede hout is gesneden. Zo ver, zo goed. Alle
ingrediënten uit de Karate Kid zijn zonder meer terug te vinden in
The Foul
King. Er
is een slungelige held waar we meer van verwachten, een mooie en
onbereikbare vrouw (twee zelfs!), een personificatie van het kwaad, een
tegenstribbelende maar desondanks niet minder sympathieke meester en
natuurlijk, er is het worstelen als medium waarin de confrontatie
uitgevochten zal worden.
The Foul King
mag echter dan wel de structuur van een zwakkeling-wordt-de-sterkste/slimste/beste-uit-de-buurt
film hebben, de uitwerking van dit universele gegeven is compleet anders dan
in al die RTL 4 middagmatinees. Tae-ho
blijkt diepte te hebben en zijn schlemieligheid stuit soms echt tegen de
borst, de humor ligt niet voor de hand en is behoorlijk zwartgallig en het
worstelen is echt, in tegenstelling tot het mystieke wax-on-wax-off
karate voor zwakke broeders van
de Karate Kid.
Een van de verzoendende trekken van deze film is de warme belangstelling
waarin het worstelen zich mag koesteren. Onze held Tae-ho
merkt niet zozeer dat hij een onvermoed goede worstelaar is, als wel dat hij
er plezier in heeft, er niet slecht in is en zodoende een toevluchtsoord
zonder de dagelijkse beslommeringen vindt en een bepaald zelfvertrouwen
hervindt.
The Foul King
schetst een prachtig beeld van het trieste en harde, maar blijkbaar toch ook
belonende leven van professionele worstelaars: niet alleen is hun sport
lichamelijk zeer veeleisend, maar de beloningen zijn ook nog eens zo goed
als afwezig. Hoon en spot zijn hun deel, want worstelwedstrijden staan
immers van te voren al vast. In een wereld waar de knikkers tellen en niet
het spel, telt het showworstelen niet mee. Als we echter de met de mond
beleden kreet dat het er niet om gaat dat je wint, maar hoe je het spel
speelt, in gedachten houden, dan is het showworstelen met die onafwendbare
en van te voren vastgestelde uitkomst, opeens een echte sport, waarin echte
atleten proberen zo echt mogelijk te presteren, onafhankelijk van winst of
verlies. Het is één van de verdiensten van The Foul King
dat de film dit
toont en het
laat tevens als geen andere film zien waar de aantrekkingskracht van een zo
evident absurde sport als het worstelen inzit.
De ingredienten die
films als de Karate Kid, Rocky II t/m V en alle films
met Jean-Claude van Damme zo onverteerbaar maken (afgezien van mister
Miyagi’s bonsai obsessie, Sylvester Stallone’s “Adrian, Adrian!” en
Jean-Claude van Damme’s split), werken in The Foul King. Tae-ho
overtuigt als iemand die zichzelf verloren heeft in de maatschappij, een met
moeite tussen obstakels en muren door laverende ziel die eigenlijk geen idee
heeft hoe het allemaal moet. De kwelgeest in de persoon van zijn baas laat
ons een glimp zien van de vernederingen, offers en compromissen die van
verantwoordelijke leden van de maatschappij verlangt kunnen worden. De
kopklem is een krachtig symbool van het dilemma tussen maatschappelijke
conformiteit en individuele ontplooiing; alleen heeft Tae-ho
geen idee hoe zichzelf zou moeten ontplooien. De trainingsessies tenslotte
die normaliter van een van-dik-hout-zaagt-men-planken gehalte zijn,
overtuigen door hun echtheid (Song Kang-ho
deed alle stunts zelf) en door de glimp van het authentieke van het WWF
showworstelen dat we erdoor opvangen.
De
vertaalslag van oefening naar werkelijkheid, oftewel het in de praktijk
brengen van de kraanvogeltrap waar geen tegenstander tegen bestand is of van
de gesprongen draaitrap van Jean-Claude van Damme, is een ander
hoofdingrediënt van elke zichzelf respecterende underdog-tegen-de-wereld
film. Ook hier is The Foul King er in geslaagd een volkomen frisse
kijk op dit cliché te geven. Tae-ho
vindt zijn alter ego in de ring als de koning van het valsspelen, als de
slechte, impopulaire worstelaar die het van zijn smerige truukjes moet
hebben. Als hij zijn nieuwgevonden alter ego met masker en al de dagelijkse
werkelijkheid in besluit mee te nemen, komen de prachtigste scènes van
The Foul King.
De film besluit
waardig met Taeho’s gevecht tegen Yubiho, de grote ster van het Koreaanse
showworstelen die nog
één
gevecht tegen een impopulaire tegenstander nodig heeft
alvorens naar Japan te gaan, het land waar showworstelen nog immens populair
is. Tae-ho
vindt zichzelf, maar de manier waarop is het kijken en het herkijken waard.
En let op die vork.
The Foul King
geeft een hilarisch, maar ook accuraat beeld van de frustaties en dromen van
de moderne kantoorslaaf in Korea tegen een achtergrond van de teloorgegane
worstelsport. Worstelen was ooit volkssport nummer 1 in Zuid-Korea, maar van
die populariteit is weinig meer over, nu honkbal, voetbal en basketball de
scepter
zwaaien over de populaire verbeelding. Droom en fantasie, nachtmerrie en
werkelijkheid ontmoeten elkaar in The Foul King en het resultaat is
om van te smullen. Het
is
een zeer geslaagde
film die het beste heeft gemaakt van een knappe regie, prachtig fysiek
spektakel, een origineel script en de als altijd uitmuntende
acteerprestaties van Song Kang-ho,
wiens eerste hoofdrol dit was. Let ook op de bijrollen van de aandoenlijke
oude worstelaars, de bevallige en nuchtere dochter van de oude knorrige
worstelkampioen en last but not least van Tae-ho’s
baas.   
|
titel |
The Foul King
(Panch'ik
wang) |
|
productiejaar |
2000 |
|
productie |
O Chŏng-hwan
|
|
productiemij. |
Pom Film |
|
première |
24-02 2000 |
|
duur |
112 min. |
|
schrijver |
Kim Tae-u |
|
script |
Kim Chi-un |
|
regie |
Kim Chi-un |
|
executive producer |
|
|
fotografie |
Hong Kyŏng-p'yo
|
|
belichting |
Chŏng
Yŏng-min |
|
muziek |
Chang Yŏng-gyu |
|
art
direction |
Hwang In-jun |
|
montage |
Ko Im-p'yo |
|
geluid |
|
|
cast |
Song Kang-ho, Chang Chin-yŏng,
Pak Sang-myŏn,
Chŏng
Ung-in, Song Yŏng-ch'ang,
Chang Hang-sŏn,
Yi Wŏn-jong,
Kim Su-ro, Yi Kiyŏng,
Shin Ka-gyun, Ko Ho-gyŏng |
|
prijzen |


|
|