|
Home
Filmbesprekingen
Boekbesprekingen
Agenda
Links
|
Medeplichtige
Slachtoffers,
Geslachtofferde
Daders
Green Fish van Lee Chang-dong
Green Fish
is
de eerste film van
Yi
Ch'ang-dong (Lee
Chang-Dong),
een voormalig romanschrijver die meeschreef aan de scenario’s voor
Pak
Kwang-su's (Park
Kwang-su)
To the Starry Island (1993) en A Single Spark (1996). Hij
won in
2003
de
prijs voor de beste regisseur op het filmfestival in Venetië
gewonnen voor zijn nieuwste film Oasis en ook zijn vorige film
Peppermint Candy (2001)
viel in de prijzen, zowel bij de critici als bij het publiek.
Green
Fish
is niet makkelijk te herkennen als het eerste product van een beginnend
regisseur. Alleen met kennis van
Yi's
latere twee films kun je inderdaad achteraf bezien een duidelijke
ontwikkeling zien en is het mogelijk om de zwakkere punten uit zijn debuut
aan te wijzen. Dit wil echter niet zeggen dat Green Fish een zwakke
film is. Verre van dat.
Het
is een strak gefilmde en geregisseerde film die de visie van de regisseur/scenarist
duidelijk weergeeft. Bovendien mag Green Fish bogen op een
uitstekende en gerenommeerde cast onder aanvoering van Han Sŏk-kyu,
de populairste acteur
uit de jaren negentig en in bijrollen Song Kang-ho
–als klungelige aspirant-worstelaar bekend uit The Foul King–
in de
rol van
een te aggressieve straatvechter en Mun Sŏng-gŭn
–in
The Foul King een oude louche worstelpromotor–
speelt hier een verrassend jonge rol als misdaadbaas.
Shim
Hye-jin,
die de vrouwelijke rol voor haar rekening neemt, is een gelouterd actrice in
de Koreaanse film en haar rol in Green Fish is indrukwekkend. De
laatste twee komen overigens uit de cast van To the Starry Island.
Green Fish
speelt zich af tegen de achtergrond van de zich naar het platteland
uitbreidende hoofdstad in de voor Korea hectische jaren ‘80. Zoals bij meer
Koreaanse films, is enige achtergrondkennis onmisbaar om de film te plaatsen.
De jaren ’80 in Korea werden gekenmerkt door de meest repressieve periode
van de militaire dictatuur, door
voortdurend in hevigheid toenemende
arbeiders- en studentendemonstraties
en uiteindelijk democratisering. Al deze ingrijpende sociale veranderingen
werden vergezeld door een ongekende economische bloei, die grote offers
verlangde van de bevolking, zowel in termen van gedane arbeid als in termen
van steeds verdergaande sociale ontworteling.
Als Maktong (wat zoveel als de jongste of de benjamin van het gezin betekent)
terugkomt, uit militaire dienst naar zijn familiehuis op wat toen hij drie
jaar eerder wegging nog het platteland was, schrikt hij van de ellende die
de urbanisering met zich meebrengt. Op zoek naar werk om zijn dysfunctionele
familie te onderhouden, ziet hij geen andere mogelijkheid dan om hand- en
spandiensten te gaan verrichten voor de georganiseerde misdaad in de
onderbuik van de stad.
Het
is een bekend thema, maar als Maktong eenmaal een vinger heeft gegeven aan
de gangsterbaas, duurt het natuurlijk niet lang, voordat die zijn hele hand
neemt. En dat
kan
vrij
letterlijk opgevat
kunnen worden.
Het
gangsterverhaal van de film is niet erg bijzonder –en naar verluidt werd de
regisseur gedwongen om er wat extra vechtscènes in te monteren om meer
publiek te trekken–, maar de achtergrond waartegen het zich afspeelt en de
visie van de regisseur verheffen deze film boven de grauwe massa van
gangsterfilms die de Koreaanse cinema al jaren lang teistert.
Yi Ch'ang-dong
laat met onstellende precisie en een even ontstellend gebrek aan tragiek en
drama zien waar het allemaal fout kan gaan in de moderne maatschappij. Hij
schetst een ontluisterend beeld van het ontwrichte gezinsleven van Maktong
en legt de schuld zonder meer bij de economische veranderingen waar de
hebzucht van de mens aan vooraf gaat en die zich uit in een bijna compleet
onvermogen om te kunnen communiceren. Dit is een vorm van determinisme die
ook in zijn film 2001, Peppermint Candy, te zien is en die
uiteindelijk uitmondt in iets dat de filmkritiek in Korea nooit lekker heeft
gezeten aan
Yi Ch'ang-dong’s
films.
Yi Ch'ang-dong
trekt namelijk heel consequent de lijn door van zijn determinisme waarin de
omgeving een uiteindelijk doorslaggevende invloed op het individu heeft en
laat zien dat dit niet alleen voor slachtoffers, maar net zo goed voor
daders geldt.
Het
spreekt voor zich dat gemakkelijk kan resulteren in een mechanische film,
maar het moet gezegd worden dat
Yi’s
inzicht in de menselijke psyche hem hiervoor behoedt.
Het
mag ook niet vergeten worden dat de ongelooflijk strakke regie, dat wil
zeggen de bijna directe correspondentie tussen wat
Yi
ambieert en wat hij op het scherm laat zien, tegelijkertijd een gevoel van
onvermijdelijkheid en een gevoel van persoonlijke vrijheid lijken te
scheppen. Ondanks zijn eigenlijk deterministische kijk op het leven, laat
Yi
wel degelijk enige vrije wil in zijn personages over. En dat heeft ironisch
genoeg tot gevolg dat zijn slachtoffers medeplichtig zijn en zijn daders
geslachtofferd worden. Menselijkheid, zij het afstandelijk in beeld gebracht,
is niet moeilijk te vinden in films van
Yi Ch'ang-dong.
Oordelen of veroordelingen zonder grijstinten over wat goed is en wat kwaad
is, zeker als over intenties gaat, des te meer. Deze morele ambiguïteit is
wat veel Koreaanse critici in het verkeerde keelgat is geschoten. Zeker in
het geval van films die over de recente geschiedenis van Zuid-Korea gaan,
verwacht men morele oordelen.
De
ellende en de chaos die zo wijdverbreid waren en soms nog steeds zijn moeten
kunnen geweten worden aan bepaalde mensen, aan bepaalde gebeurtenissen.
Yi
speelt dit zo menselijke spelletje echter niet mee;
goed en kwaad zijn niet zo makkelijk te onderscheiden. Ieder is bezoedeld
geraakt door schuld, iedereen kan gered worden door zijn onschuld. Er
spreekt weinig hoop voor de mensheid uit zijn films, maar tegelijkertijd
getuigen ze van een bijzondere schoonheid.
Green Fish
is
het debuut van een
immens
getalenteerde
regisseur
en een film die al bij het uitkomen de status van klassieker toegekend kreeg.
Of hij dat ook waard is, zal een ieder voor zich zelf moeten bepalen, maar
met de strakke en ingehouden uitwerking zonder gemakkelijk melodrama,
strijkende violen en donderende pauken, van wat toch zeer dramatische
verhaalelementen zijn, doet
Yi
wel degelijk een gooi naar deze vermelding.
|
titel |
Green Fish
(Ch'orok
mulgogi) |
|
productiejaar |
1997 |
|
productie |
Yŏ Kyun-dong |
|
productiemij. |
Cinema Service |
|
première |
02-07 1997 |
|
duur |
114 min. |
|
schrijver |
|
|
script |
Yi Ch'ang-dong, O Sŭng-uk |
|
regie |
Yi Ch'ang-dong |
|
executive producer |
Myŏng
Kye-nam |
|
fotografie |
Yu Yŏng-gil
|
|
belichting |
Kim Tong-ho
|
|
muziek |
Yi Tong-jun |
|
art
direction |
Chu Pyŏng-do |
|
montage |
Kim Hyŏn |
|
geluid |
|
| cast |
Han Sŏk-kyu,
Shim Hye-jin, Mun Sŏng-gŭn,
Myŏng
Kye-nam, Kim Yong-man,
Yi Ho-sŏng,
Han Sŏn-gyu,
O Chi-hye, Son Yŏng-sun,
Cha Yu-gyŏng |
|
prijzen |
Zilveren Prijs, Populairste Acteur (Han Sŏk-kyu),
Populairste Actrice
(Shim Hye-jin) bij de
20ste Golden
Photography Award
Beste Film, Beste Mannelijke
Hoofdrol (Han Sŏk-kyu),
Beste Regisseur, Beste Techniek
(Yi Tong-jun)
bij de 18de Ch'ŏngnyong
Film Awards
Dragons & Tigers Award voor nieuwe Aziatische
regisseurs bij het 1997 Vancouver International Film Festival |

|
|