|
Wapperen met de vlag
Taegukgi van
Kang Je-gyu
In
2004 verbraken twee films kort na elkaar de bezoekersrecords. Eerst haalde
Shilmido meer dan tien miljoen
bezoekers en even later was het Taegukgi dat alle records aan
gruzelementen sloeg. Taegukgi is gemaakt door blockbuster
kanon Kang Je-gyu (Kang Che-gyu; eerder schuldig aan Shiri) die een neus
voor succes heeft als een varken voor truffels.
Taegukgi is in alle opzichten een ambitieuze en grootschalige film.
Productiekosten waren ongeëvenaard. Voor elke rol werd een topacteur genomen
en elke scène werd nauwkeurig voorbereid. Een complete locomotief uit de
jaren vijftig werd opnieuw gebouwd, toen bleek dat er niet zo snel een
authentiek exemplaar voorhanden was. Straten uit jaren vijftig Seoul en
Pyongyang werden gereconstrueerd en tot op de kleinste details is gelet om
de film een zo authentiek mogelijk beeld te geven.
Het
thema is niet minder ambitieus. Na in Shiri de Noord-Zuid
problematiek te hebben aangepakt, besloot Kang om in
Taegukgi de Koreaanse oorlog zelf te behandelen. Door de ogen van
twee broers, gespeeld door heart throbs
Chang Tong-gŏn
(Chang Dong-gon; Friend, Coast Guard) en Wŏn Bin (Won Bin;
Guns and Talk) wordt de kijker onthaald op bijna drie uur minitieus
gereconstrueerde veldslagen die het hele schiereiland bestrijken. Vergezeld
door bombastische muziek, trekken de broers van Seoul naar Pusan in het
zuiden om dan weer met het kerende oorlogstij naar het noorden op te trekken
en Pyongyang te bereiken.
Kang
heeft verklaard met zijn film een niet-ideologisch statement te willen
neerzetten en dat is, zeker in het huidige klimaat van oorlogszuchtige
retoriek, bewonderingswaardig. Daartoe concentreert hij zich op twee broers
en hun lotgevallen. De oudste broer, gespeeld door Chang, probeert door zich
zo heldhaftig mogelijk te gedragen zijn jongere broer te laten ontslaan uit
het leger en hem zo te redden van de vreselijke gekte die de oorlog alras
wordt. Dit persoonlijke verhaal dat gedomineerd wordt door het steeds minder
te bevatten hysterische overacteren van Chang en het arrogante onbegrip van
Won Bin ten aanzien van zijn broer, drukt de oorlog eigenlijk naar de
achtergrond. In die zin is Kang er zeker in geslaagd een film vrij van
ideologie te maken. Helaas resulteert dit in een onevenwichtige film die al
het geld en het onderzoek dat erin is gestoken niet waar maakt.
Ondanks
het vele werk dat in Taegukgi is gaan zitten, loopt de film al vrij
snel vast op de extreme sentimentaliteit van het verhaal. Een spaakgelopen
en tragische relatie tussen twee broers is een geliefd thema in de Koreaanse
film, evenals het idee dat de oudste telg de jongeren koste wat het kost
moet beschermen. Het was echter niet nodig geweest om deze film te bezwaren
met zo'n dramatisch thema. Zoals Kang zelf laat zien in wat zeldzame
krachtige momenten waarin duidelijk wordt dat het Zuid-Koreaanse leger
evenveel gruweldaden heeft begaan als hun noordelijke tegestanders (zoals de
scène met de onlangs tragisch overleden actrice Yi
Eun-ju), is de Koreaanse oorlog als dramatisch genoeg.
Zijn dramaturgische overdrijving werkt averrechts. In plaats van geschokt te
zijn door de onmenselijkheid van de oorlog, beginnen de hysterische Chang en
de kinderachtige Won op de zenuwen te werken, wat nog eens verergerd wordt
door de onwaarschijnlijk bombastische muziek die alle spanning uit de
oorlogsscènes om zeep helpt.
Gelukkig heeft Taegukgi ook
positieve kanten. De decors zijn indrukwekkend. Het lijdt weinig twijfel dat
de productie van
Taegugki een labour of love geweest moet zijn. Alhoewel het
mierzoete begin 1950 in Seoul een stuk mooier maakt dan het was, is het
straatbeeld een lust voor het oog. Een ander pluspunt is dat ondanks de
getormenteerde heroïek
van Chang de regisseur op geen moment oorlog als zodanig verheerlijkt. De
willekeur van de rondvliegende kogels laten weinig ruimte voor twijfel, als
ook de gevolgen die de constante blootstelling aan gruwelijk geweld heeft
voor normale menselijke contacten en relaties.
Met een
wat rigoreuzere editing en wat minder sentiment had Taegukgi een
goede film kunnen zijn over de Koreaanse oorlog. Nu is het aan de kijker om
door de overvloed van pathos heen te waden en een glimp op te vangen van wat
deze oorlog heeft aangericht op het Koreaanse schiereiland. Kang verdient
zeker een compliment dat hij het heeft aangedurfd om de lukrake slachtpartijen van
vermeende communisten door het Zuid-Koreaanse leger in zo'n publieksfilm aan
te pakken. Deze
scènes
zijn dan ook het sterkst van de hele film. Maar het sentimentele verhaal,
het constante overacteren, de bijna karikaturale portrettering van de
noordelijke soldaten en de slecht passende muziek maken het moeilijk om door
de brei heen de boodschap nog te zien.
|