Home
Filmbesprekingen
Boekbesprekingen
Agenda
Links

 

 

 

Voorspelbaar Maar O Zo Leerzaam
 

Een pagina over films die zich zo netjes aan de regels van het genre houden dat ze van scène tot scène voorspelbaar zijn. Wel heel makkelijk als je een heel genre onder de knie wilt krijgen, Kijk naar een van de onderstaande films en je kent alle belangrijke regels en thema's. Enig zitvlees is voor de meeste films echter wel een vereiste.

Clementine
Clementine is niet de slechtste Koreaanse film ooit. Die eer gaat waarschijnlijk naar een film als Rules of the Gangs of naar een van die troosteloze drama's waarin sommige acteurs en actrices in grossieren. Clementine is een film van vechtfilmregisseur Kim Tu-y
ŏng die onder andere het de grond in geschreven Charisma (1997) en het evenzo bekritiseerde Dying or Live? (2002) maakte. Net als in Charisma heeft voormalig taekwŏndo wereldkampioen Yi Tong-jun (Jun Lee) de hoofdrol. Als grote publiekstrekker speelt Steven Seagal zijn tegenstander.
In Clementine is Jun Lee een taekwŏndo atleet die ten onrechte de finale van het wereldkampioenschap verliest van Steven Seagal (!). De curieus in beeld gebrachte finale laat het hoofd van Seagal af en toe zien, maar het lichaam is duidelijk van een double. Seagal is nu eenmaal een aikido-ka en die bewegen heel anders dan wedstrijdtaekwondo atleten. Lee verliest dus en op hetzelfde moment sterft zijn vrouw in het kraambed, waarna hij alleen overblijft met een dochtertje (met de 'passende' naam 'Sarang' of 'Liefde).
Flash forward. Zeven jaar later is Lee een politierechercheur die met iets te veel geweld criminelen aanpakt. Zoals te verwachten, heeft de hoofdcrimineel (Ki Chu-bong uit zo'n beetje elke film van de laatste twintig jaar) goede connecties en verlaat Lee de politie, waarna hij kooigevechten gaat vechten voor deze hoofdcrimineel, onderwijl onuitstaanbaar kleffe gesprekken voerend met zijn dochtertje (Ŭn Sŏ-u uit Phone) dat veel te bijdehand is en alras op de zenuwen werkt. De doos met clichés wordt dan eens goed leeggeschud en dit is het resultaat: Lee houdt van zijn dochter, maar het is moeilijk zonder een moeder. Maar moeder duikt opeens op en chapeau voor de scenarist die op onnavolgbare wijze een afwezigheid van acht jaar weet te verklaren. Lee wordt dan voor een laatste keer gedwongen om te vechten voor de maffiabaas, terwijl hij het ook moeilijk heeft met het plotselinge verschijnen van zijn oude liefde die ook nog eens officier van justitie is. Steven Seagal (Jack 'The Killer' Miller in de film) wil nog een keer vechten tegen Lee, omdat ook hij weet dat Kim eigenlijk beter was zoveel jaren geleden. Dan zien we nog een mafioze zwarte Amerikaan wiens stem lager is dan Barry White, de ex van de weer opgedoken moeder die grootmoedig zijn plaats aan Lee afstaat, gangsters die zo uit de film lijken te komen en twee tegenstanders die elkaar de hersens willen inslaan, maar die elkaar wel respecteren.  Dan komt het laatste gevecht waar alles op het spel staat...
De reden dat dit soort films het goed doet, ligt meestal in het charisma van de hoofdrolspeler of in de fabuleuze vechttechnieken. Steven Seagal heeft charisma en fabuleuze vechttechnieken. Jun Lee laat geen van beide zien in deze film; bovendien kan hij niet acteren.. Seagal heeft waarschijnlijk een grote zak geld gehad om nu eens niet de hoofdrol te spelen, maar heeft wel bedongen dat hij er uiteindelijk goed van af komt. Lee had beter in semi-erotische films kunnen blijven spelen. Net als Seagal is hij inmiddels te oud voor dit soort rollen en dan mist hij ook nog eens de uitstraling die Seagal zelfs in zijn slechtste films overtuigend maakt. In het laatste gevecht steelt Seagal dan ook de show, al is dat niet de bedoeling. Clementine combineert de voorspelbaarheid van de Karate Kid, het pathos van The Champ, het slechte acteren van Jean-Claude van Damme, het vechten van Michael Dudikoff, de schaamteloosheid van een taekwondo-promotievideo en de huilende meisjes van The Little House on the Praire. En dat allemaal op de melodie van Oh My Darling Clementine. Alleen voor de echte, echte fan.

Dance With The Wind
Dit debuut van gelauwerd scenarist Pak Chŏng-u (a.k.a. Pak Jung-woo; Attack the Gas Station, Kick The Moon, Jail Breakers) drijft op een merkwaardige mengeling van cliché's. Het ene moment denk je te kijken naar een film in de trant van The Sting, dan naar een vriendelijke versie van Donnie Brasco, de Karate Kid 1 t/m 4 maar dan over dansen, en dan weer naar een willekeurige feel-good film met Helen Hunt of Meg Ryan. P'ung-shik (Yi Sŏng-jae uit Attack the Gas Station, Ice Rain, Kick The Moon, Public Enemy) is een winkelklerk die de danskoorts krijgt en dan een leven van op zijn danskunsten gebaseerde liaisons met rijke vrouwen aangaat, waarbij hij onveranderlijk rijker weggaat dan hij kwam. Hij ziet hier echter niets verkeerds in, hij is immers een miskend kunstenaar. Dit verhaal doet hij in het ziekenhuis waar hij ligt uit de doeken aan de jonge undercover politievrouw Pak Sŏl-mi die hem te pakken moet krijgen. De vrouw van de commisaris heeft zich namelijk helaas ook in de luren laten leggen. En de jonge politievrouw vergaat het niet beter in de armen van de gladde P'ung-shik. Wat volgt is een warrig, onovertuigend en niet grappig verhaal over P'ung-shik's queeste naar de ultieme dansleraar en de opofferingen die hij zich getroost voor zijn kunst. Stijldansen in Korea staat in laag aanzien en een Koreaanse Shall We Dance (Japan, 2000) zou heel wat goeds hebben kunnen doen voor het aanzien van de bezigheid. Deze film echter is zo futloos, warrig en ergerlijk lang  (132 minuten!) dat beoefenaars van het stijldansen in Korea voor het ergste dienen te vrezen. Maar let op Kim Su-ro als de onbetrouwbare gladjakker die P'ung-shik in het dansen inwijdt, de nieuwe bijrollenkoning die Ki Pong-ju als meest actieve bijrollenacteur gaat opvolgen.

Face

Heerlijk, een goed geacteerde voorspelbare film. Deze gaat over iemand die gezichten reconstrueert (Shin Hyŏn-jun uit Bichunmoo, Guns and Talk, The Gingko Tree Bed) en nare dromen heeft over een enge vrouw in witte kleren en met lange haren (klinkt bekend?). Hij wordt in zijn reconstructie bijgestaan door de mooie Song Yun-a (Masterpiece Of My Live) die om haar eigen redenen hem helpt. Deze film heeft teveel gejat van andere films om hier zelfs maar aan een opsomming te beginnen. Laat het slechts gezegd zijn dat elke plottwist ergens anders al gedaan is (en waarschijnlijk beter ook). Uiteindelijk resulteert dit in een film die raar genoeg sympathiek is, maar ook een die maar niet kan beslissen of het een horrorfilm is, een film in de trant van CSI, een thriller of iets heel anders. En het einde? Dat zie je na tien minuten al aan komen donderen als een dolle stier.

Family: Action Vs. Love
Volkomen bizarre gangsterkomedie die niet kan beslissen of het liever een gangsterfilm is of een komedie. De voorspelbare leermomenten? Twee broers, de ene dom en de andere slim. De dommere vecht natuurlijk beter. Het zijn mannen van eer, dat hebben ze van hun vader. Hun baas is bang voor hun talent en loyaliteit en stuurt de evil number two op ze af. En dan is het vechten geblazen. Eerst hebben ze niets in de gaten, dan worden ze in de val gelokt en verslagen. En dan... kijk zelf maar.  Er spelen trouwens ook de spreekwoordelijke hoertjes met een gouden hart in als de respectieve love interests van de heren. De meest ervaren van hen is de gelouterde actrice Hwang Shin-hye. Wat zij in deze film doet, wordt nooit echt duidelijk.

The First Amendment
De titel van The First Amendment slaat op het eerste amdement van de Koreaanse grondwet, waarin bepaald is dat iedere Koreaanse staatsburger zich verkiesbaar mag stellen voor openbare ambten. Geschreven wetten en de praktijk van alledag komen veelal echter niet overeen en dat is ook in Korea zo. Er zijn weinig landen waar politici in een zo permanente kwade reuk staan als in Zuid-Korea en deze film is daar een direct uitvloeisel van. De film poogt sociale kritiek te geven door zowel de politiek aan te pakken als de aandacht te vestigen op de prostitutie die zeer wijdverbreid is. Deze combinatie, hoe voor de hand liggend wellicht ook, pakt echter niet erg gelukkig uit. Geconfronteerd met de corruptie van de politie, de hypocrisie van de ambtenarij, het geweld van pooiers en klanten en de algehele praktische rechteloosheid van prostituées, besluit hoertje-met-het-gouden-hart Ko Ŭn-bi (overigens een naam die iedereen in Korea meteen zal associeren met een slechte erotische film) zich verkiesbaar te stellen voor het parlement als een vriendin gewelddadig wordt verkracht en de politie slechts toekijkt. En dan zijn de rapen gaar. Ondanks de goede bedoelingen van de film, de bij tijd en wijle zeker niet onaardige scènes en de over het algemeen sympathieke actrices, blijft The First Amendment in het cinematische vagevuur hangen. De regisseur (Song Kyŏng-shik) weigert te kiezen tussen het maken van een parodie of een serieuze aanklacht en vermengd met het ongelooflijk voorspelbare verhaalverloop (compleet met het verraad-door-iemand-die-je-vertrouwde, de steun-uit-onverwachte-hoek, Het Eerste Succes, De Grote Tegenslag, het moment-van-vertwijfeling, de "trainingsscène", de chantage-die -bijna-roet-in-het-eten-gooit-ware-het-niet-dat en De Ommekeer) is het resultaat teleurstellend. Voor het uitkomen van deze film werd er grif gespeculeerd over de inhoud, maar de verwachtingen verdwenen alras toen The First Amendment in de bioscoop kwam. De platte karakters (de hoertjes-met-de-harten-van-goud-en-de-dromen-van-een-gewoon-gezinsleven, de pooier-die-eigenlijk-zo-slecht-nog-niet-is, de door en door hypocriete politicus, de gewetenloze gangster, de in Amerika opgeleide spin doctor en ga zo maar door), de makkelijke moraal en de laffe uitwerking die nergens een keuze durft te maken, maken hier een soort kruising tussen Pretty Woman zonder Julia Roberts en Primary Colors met Richard Gere van. Zonde.
 

Four Toes
Om gek van te worden. Een gangsterfilm over vier vrienden ('vier tenen') die alle vier een eigen talent hebben en elkaar aanvullen. Ondertussen zijn het nog echte heren die voor hun oude moeders zorgen en eigenlijk heel aardig zijn. Het gangsterschap is ook slechts een carrière. Ondanks de vele bekende koppen, gaat deze film volkomen overboord. Het is bedoeld als een actiekomedie, maar er is niets grappigs aan. Het trieste dieptepunt in de zogenaamd grappige verkrachting van een tv-sterretje. Brand hier je vingers of tenen niet aan.

Ice Rain
Mooie plaatjes en aantrekkelijke acteurs maken nog wat van dit voorspelbare drama in de bergen van Alaska. Kim Ha-nŭl speel de rol van Kyŏng-min, een studente die lid is van de alpine-club waar ze de getrouwde Chung-hyŏn ontmoet, een rol van de charismatische Yi Sŏng-jae die er stoer uitziet met een goatee. Zij krijgen een relatie die op een gegeven moment geheel volgens de regels stukloopt. Kyŏng-min's jeugdvriendje U-sŏng (Song Sŭng-hŏn) is ondertussen ook stapelverliefd en -jaloers. Het verhaal ontvouwt zich door middel van flashbacks terwijl Chung-hyŏn en U-sŏng toevalligerwijs samen een berg in Alaska beklimmen waarvan wordt gezegd dat je op de top iemand die je bent verloren weer zult ontmoeten. Terwijl het gezelschap dichter bij de top komt, wordt langzaam aan duidelijk wat er allemaal gebeurd is. Als de oplettende kijker het niet al zelf geraden had. Dan slaat het noodlot toe...
Ice Rain is feitelijk een aflevering van een soap (de muziek bij sommige scènes is tenenkrommend), maar met mooie plaatjes en goede acteurs. Niets bijzonders, niet erg spannend, maar ook niet echt vervelend. Heel gemiddeld en voorspelbaar. Maar let op de prima rol van Yu Hae-jin (Coast Guard, Attack the Gas Station) die eindelijk nu eens niet als boef gecast is, maar als bergbeklimmende vriend van Yi Sŏng-jae.

My Tutor Friend
Deze hitfilm uit 2003 is een variatie op het bekende leraar-onwillige leerling thema. Su-wan (Kim Ha-nŭl) is een jonge studente die bijles gaat geven aan Chi-hun (
Kwŏn Sang-u uit The Spirits of Jeet Kune Do), een leeftijdsgenoot van rijke huize die nog op de middelbare school zit. Chi-hun is knap, heeft geld en kan vechten als de beste, maar gedraagt zich compleet onmogelijk. Vanaf hun eerste ontmoeting, die ietwat anders verloopt dan Su-wan had verwacht, is het raak. Confrontatie na confrontatie eindigt in dan een overwinning voor de een en dan een overwinning voor de ander. Het is wel meteen duidelijk echter waar en hoe dit zal eindigen voor Su-wan die onder de plak zit bij haar gefrituurde kip verkopende moeder en Chi-hun die maar voor een iemand bang is en dat is zijn vader.. Het leuke, enthousiaste spel van beiden hoofdrolspelers doet vergeten dat we hier met een lopende band scenario te maken hebben. Kim Ha-nŭl is een gepaste mengeling van intelligentie, schattigheid en taaiheid. Kwŏn Sang-u vecht de sterren van de hemel en is tenenkrommend grof, hemeltergend arrogant en grappig brutaal, waardoor zijn onder het oppervlak sluimerende charme des te beter uitkomt. Met de chemie tussen hen beiden zit het ook allemaal wel goed. Voeg daar nog goed gechoreografeerde knokpartijen bij, leuke bijrolletjes (onder andere van 'Hamba' of 'Hamburger' uit The Spirits of Jeet Kune Do) en een vaardige regie en ziedaar: een compleet voorspelbare film die geen moment verveelt. Prima vermaak met een grappige en charmante cast.
 

Oolalla Sisters
Als deze film niet hier thuishoort, dan is er geen enkele die dat doet. Wat moet je hiervan denken? Vier vriendinnen hebben een club die al jaren niet meer zo goed draait, omdat de zoon van de concurrent van de vader van de eigenaresse (...) aan de overkant een grotere, mooiere en betere club heeft. Daar heeft hij echter niet genoeg aan, hij wil ook hun club. Voorspelbaar: hij is een etterbakje dat met het smerige geld van zijn vader zijn club runt, echt goed is hij niet. De vriendinnen hebben allemaal hun eigen talent, dat ze ontdekken dan wel uitbuiten om hun club te redden. Ze zijn vriendinnen, krijgen ruzie, gaan uit elkaar, komen weer bij elkaar, lijken de club te gaan redden, maar dan gebeurt er Iets. Ze geven het op, eentje krijgt toch weer moed en dan het einde, dat, het moet toegegeven worden, zo stupide is dat het niet eens meer te voorspellen is. En dat allemaal terwijl er toch een hele hoop dames en heren inzitten die veel beter kunnen.

My Wife Is A Gangster
Eén van de grote hits van 2001 over een jonge, mooie vrouw die de baas ('grote broer') is over een misdaadorganisatie. Niet iedereen ziet dat echter zitten. Daarbij komt ook nog eens dat ze een man zoek om zo haar zieke zus met een gerust gemoed te kunnen laten  sterven. En daar zijn ze weer, de gangster naar eer en geweten, loyaal tot in de dood. Zij is de loyale en getalenteerde nummer twee die haar baas (en al het andere geboefte) de kriebels bezorgt omdat ze a) een vrouw is en b) erg goed is. Dus wat doe je dan? Juist, dat scenario zijn we al een paar keer tegengekomen. Eerlijkheidshalve moet wel gezegd worden dat deze film vermakelijk is. Hoofdrolspeelster Shin Ŭn-gyŏng (The Ring Virus, Blue, A Perfect Match) doet het prima en tegenspeler Pak Sang-myŏng  (normaliter zelf de gangster; Hi Dharma, Dr. K, The Foul King, Nowhere to Hide) is grappig stuntelig als haar duffe man, die in actie komt als zijn vrouw in gevaar is. De grote boze boeven van de Witte Haaien gang zijn ook de moeite waard. Al met al een goed gemaakte, maar zeer voorspelbare film. Voor die regenachtige avond tijdens het eten van hamburgers.

Phone
Ha Chi-wŏn (Ha Jiwon) is een prachtige actrice. En Phone is een knap gemaakte, maar ook zeer voorspelbare horrorfilm. Mensen die mysterieuze geluiden te horen krijgen op hun mobieltje, leggen op afschuwelijk wijze het loodje. Chi-wŏn (ja, in de film heet ze ook zo...) gaat op onderzoek uit en komt achter dingen die ze eigenlijk niet had willen weten... of zo iets. Een vaak gedaan verhaal van liefde, afwijzing bedrog, wraak en wederwraak. Kijk of je de volgende plotwending kunt voorspellen. Maar als altijd is Ha Chi-wŏn een genot om naar te kijken.

Rules of the Gangs
Gangsterfilms zijn populair in Korea, zowel in de bioscoop als thuis. Meestal, echter, hebben ze net wat meer kwaliteit dan deze. Maar niet getreurd, deze film heeft alles wat nodig is. Een hoofdpersoon die het best kan vechten en gangster is geworden omdat hij een man van eer is. Hij heeft een goede band met zijn baas (ook een man van eer), wat jaloezie opwekt bij de anderen. De baas wordt vermoord en dan komt zijn positie ook in gevaar. Hij is de enige die wraak wil nemen en de echte moordenaar te pakken wil nemen, wat weinig goeds zegt over de anderen. Zijn eigen mannen daarentegen zijn ook mannen van eer die hem door dik en dun steunen. En de dochter van de dode baas vindt hem leuk. Dat is nog niet alles: hij is eigenlijk een soort samoerai, ook hij heeft een zwaard. En er zit een vleugje Robin Hood bij, want hij houdt niet van het uitzuigen van arme mensen. Hij zorgt goed voor zijn oude moeder (of in dit geval, voor de weduwe van de baas die als een vader voor hem was). Clich
é's te over, maar de knokpartijen zijn allezins redelijk en voor de hoofdrollen hebben ze, geloof ik althans, echte gangsters genomen. Let ook op de structuur van het verhaal, dat heb je ergens anders al gezien. Strikt aanbevolen voor een avond waarop echt niets anders te doen is.

Run 2 U
Een Japans-Koreaanse co-productie over twee Japans-Koreaanse broers die Japan moeten ontvluchten nadat
één van hen zich de vijandschap van de yakuza op de hals heeft gehaald. Twee broers, de ene gewelddadig en met yakuza connecties, de ander een zanger van gezapige liefdesliedjes, samen in Korea. Het gaat natuurlijk allemaal niet zo goed aflopen. Voordat dat gebeurt echter zien we nog het spreekwoordelijke hoertje met een gouden hart, de smoorverliefde, dommige, maar ook zeer verwende dochter van de yakuza baas en veel veelbetekenende blikken en dialogen. En dat allemaal tegen de achtergrond van De Stad (vervreemding, eenzaamheid, veel metro's en voorbijrazende auto's, onverschilligheid en zo voort). Dan liever een 'gewone' yakuza film.

Say Yes
Zeg maar gerust nee tegen deze film. Goed gemaakte en goed geacteerde films over seriemoordenaars die tergend spannend zijn: er zijn er een paar van, zoals Se7en (1995) of het Koreaanse Tell Me Something (1999). Er zijn ook een hele hoop navolgingen, imitaties, films-in-de-trant-van, en semi-vervolgen waarvan de meeste niet aan de verwachtingen voldoen en de kwaliteit van het origineel niet benaderen. Say Yes was een poging om in te spelen op het succes van Tell Me Something, maar poogt niet slechts deze film te imiteren. De ambities van de regisseur reiken een stuk verder, want van het eerste shot tot aan het laatste staat de film bol van de onbeschaamde verwijzingen naar andere films in het genre, zoals The Hitcher, Copy Cat en natuurlijk Se7en. Het verhaal? Een gelukkig stelletje dat ergerlijk dom is als het erop aan komt af te komen van een duidelijk gevaarlijke lifter die maar niet dood wil en erg goed is in het manipuleren van de politie. Topacteur Pak Chung-hun (The Truth About Charlie, Two Cops, Chilsoo and Mansoo, Nowhere to Hide, Once Upon a Time On a Battlefield) blameert zich als de slechterik en Kim Chu-hyŏk (Mr. Handy, Singles, YMCA) en Ch'u Sang-mi (The Contact, A Petal, A Smile) doen het niet veel beter als het naïeve stelletje. Deze film is zo slecht dat je de twee verliefden bijna al het verschrikkelijke dat ze overkomt, gaat gunnen. Het einde is niet alleen een schaamteloze als ook stijlloze rip-off van Se7ven, maar ook nog eens stuitend. De film zegt meer over de regisseur en scenarist dan het beoogde doel, de psyche van een maniakele moordenaar. Vermijden, al moet je er een enge lifter voor mee nemen.

Seoul 72 Hours
Japans-Koreaanse co-producties pakken om de een of andere reden vaak niet zo gelukkig uit. Seoul 72 Hours is het verhaal van een jonge, ambitieuze Japanse rechercheurdie toevalligerwijs in Seoul op het spoor komt van een internationale terroristenbende.  Hij wordt onder het commando van stoere man pur sang Ch'oe Min-su  (Phantom the Submarine) geplaatst, die allesbehalve blij is met deze jonge hond en dat laat hij hem merken. Vanaf hier hebben we de standaard politiefilm over twee tegengestelde karakters die na de nodige botsingen elkaar dan toch gaan respecteren. Natuurlijk is er in het verleden wat ergs gebeurt waarom Ch'oe Min-su zo doet tegen deze toch aardige en goedbedoelende Japanse rechercheur. Alles uit deze film is zo schaamteloos gejat uit Die Hard, Dirty Harry 1 t/m 4, Speed en aanverwante films, dat je nooit echt weet waar je naar zit te kijken. De regisseur blijkbaar ook niet, want van het aantal losse eindjes dat overblijft, kun je een tapijt knopen. Zelfs het charisma van Ch'oe helpt niet in deze film.

Show, Show, Show
Een collectieve aanval van nostalgie heeft Korea de afgelopen paar jaar doen overspoelen met films over de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig. Veel van deze films waaronder Memories of Murder, Bet On My Disco en The Spirits of Jeet Kune Do deden het goed. De film Show Show Show vernoemd naar een beroemde tv-talentenjacht die vroeger in Korea uitgezonden werd, deed het niet bijzonder goed. De film is ultiem voorspelbaar. Een groepje vrienden besluit een vervallen keet om te bouwen tot een goed lopende cocktailbar met flitsende bartenders en mooie vrouwen, maar ondervindt daarbij tegenwerking van de lokale 'Boss Hogg'. De leider van het groepje wordt ook nog eens verliefd op de dochter van deze louche zakenman, terwijl zij eigenlijk al min of meer beloofd was aan diens jonge rechterhand en neef, waar de dochter in kwestie natuurlijk niets voor voelt. Een vergelijkbaar scenario ging helemaal de soep in bij de Oollala Sisters, maar alles wat die film niet had, namelijk charme, heeft Show Show Show wel. Het is het eerste product van regisseur Kim Chŏng-ho met een cast die grotendeels jong en vrij onervaren is, al hebben de meeste wel in wat recente tienerproducties gespeeld zoals Nightmare of The Record. Er is van alles aan te merken op de film, maar dat zou uiteindelijk niet eerlijk zijn, omdat de charme van de acteurs, de absurde tussenstukjes en de toch geslaagde regie er een heel sympathieke en warme film van hebben gemaakt. Voorspelbaar vanaf het eerste moment, maar heel veel plezier. En let op de onnavolgbare bijrol van die kleine travestiet met het vette haar.

Sword In The Moon
Ch'oe Min-Su (Phantom the Submarine, Seoul 72 Hours) en een zwaard. Dat kan je avond maken en dat gebeurt dan ook in deze compleet voorspelbare maar niet te versmaden zwaardvechtfilm. Ch'oe speelt de rechtvaardige lijfwacht van de koning die wordt verraden door zijn beste maatje, passend misantropisch gespeeld door Cho Che-hy
ŏn (Bad Guy en bijna alle andere Kim Ki-duk films). Hij wordt doodgewaand, maar is het natuurlijk niet en de rapen zijn gaar als er wraak genomen moet worden. Prachtige zwaardgevechten, prima decors en de altijd bekoorlijke Kim Po-gyŏng (Friend) maken deze film erg de moeite waard. Alles is voorspelbaar, maar het gaat hier om de rit en niet om de eindbestemming. Kijken!

Tube
Dit krijg je ervan als je Die Hard, Speed, Hunter (ja, de tv-serie), alle John Woo films maar zonder de witte duiven, een actrice die altijd de verkeerde films kiest en een scenarist die consequent voor de meest absurde plotwending kiest bij elkaar doet. Tube begint met een grote knal op het vliegveld waar een compleet ongeloofwaardige maar goed uitziende terroristische actie plaatsvindt. Drie (!) terroristen maken korte metten met enige zwaarbewapende SWAT-teams die een regeringsambtenaar met een kostbare chip bewaken. Dan wordt het antagonisme ge
ïntroduceerd tussen Pak Sang-min (T, de o zo coole terroristenleider) en Kim Sŏk-hun (Jay, de net iets minder coole eigenzinnige rechercheur). De heren respecteren elkander, maar moeten elkaar ook doden, aangezien ze elk verantwoordelijk zijn voor de dood van hun respectieve vriendinnen. Vanaf het begin blijft niets de kijker gespaard: Jay krijgt in de gaten wat T van plan is, maar de bazen willen er niets van weten. T is eigenlijk een vaderlandslievend figuur, maar die corrupte politici hebben hem bitter gemaakt. Jay wordt 'gelukkig' geholpen door Kay (echt waar), de zakkenrolster met een hart van goud en samen overleven ze alles. Kay redt Jay door hem iets van metaal te geven dat hij in zijn borstzakje stopt... De clichè's in het scenario zijn nog niets vergeleken met de onwaarschijnlijkheden. De terroristen doden alsof het een lieve lust is, maar alleen naamloze agenten, soldaten en onschuldige voorbijgangers. Hoofdpersonen worden op zo'n miraculeus onwaarschijnlijke manier gespaard, dat je er gelovig van wordt. Voor de rest is Tube een soort spel. De enige manier om niet weg te lopen is te kijken welke scène van welke beroemde actiefilm is gejat. Als T die metro niet opblaast, doe je het zelf wel.